Architect Jan Giezen: ‘Agrarisch Landschappelijk Bouwen betekent aandacht voor efficiëntie in samenhang met vormgeving’
‘Ik heb al een lange historie als het gaat om landschappelijk bouwen en het vormgeven van gebouwen op boerenerven’, zo zegt architect Jan Giezen. ‘Hoe ben ik betrokken geraakt bij dit project in de Drentsche Aa, tja? Ik was ook betrokken bij het Belvedere-project van Wierde & Dijk, een agrarische natuurvereniging in Noord Groningen. In dat project zijn voorbeeldschuren ontwikkeld, in plaats van de standaardschuren die her en der opgetrokken worden. Om schuren te realiseren die aansloten bij de bouwstijl van de boerderijen in dat gebied. In dat project heb ik veel ervaring opgedaan en heb ik een werkmethode ontwikkeld voor de aanpak van agrarisch landschappelijk bouwen. Daarom ben ik nu hier hiervoor gevraagd, denk ik’, aldus Giezen.
Waar komt die betrokkenheid vandaan?
‘Ik ben geboren en getogen op het Groninger platteland en ben zeer geïnteresseerd in cultuurhistorie. In mijn werk neem ik steeds de ontstaansgeschiedenis van een plek als vertrekpunt. Een architect moet zich verdiepen in de plek waar het gebouw wordt neergezet. Deze instelling werd nog versterkt en kreeg een impuls met een artikel in de pers in 93 of 94 met als titel ‘witte schimmel bedreigt landschap’.
Deze noodkreet van toen is denk ik nog steeds actueel. Maar destijds raakten hierdoor een aantal ontwikkelingen in een stroomversnelling. De provincie voelde zich aangesproken en heeft een aantal mensen bij elkaar geroepen om hiervoor te komen praten en oplossingen te verzinnen. Dat is in mijn beleving wat verzand en kende geen bevredigende uitkomst. Want er zijn altijd wel argumenten van opdrachtgevers en bouwers om voor snel en gemakkelijk te gaan. Het is niet alleen bij uitbreiding van dorpen waarbij er te weinig rekening wordt gehouden met de omgeving maar ook bij boerderijen.


Regionale herkenbaarheid
De landbouw heeft de afgelopen decennia te maken gekregen met de trend dat bij nieuwbouw efficiëntie van de gebouwen bovenaan stond. Waardoor we nu vaak zien dat alle schuren overal in Nederland voorkomen, het maakt niet meer uit in welke regio of provincie je bent. De regionale herkenbaarheid die er bij de oorspronkelijke gebouwen op het erf wel is, is er niet meer bij de nieuwe schuren en stallen. Maar schuren en stallen horen bij de plek en de boerderij. En met beperkte middelen kun je heel goed schuren en stallen bouwen die beter passen bij de plek en het landschap dan nu vaak het geval is.
Inktvlek
Dat principe heb ik toegepast in de Drentsche Aa. En die visie lijkt nu wat te landen. Dat heeft best een tijd geduurd, ik had gehoopt dat het Groningse project de werking van een inktvlek zou hebben maar dat is niet gebeurd. Kijk, boeren zijn trots op het erf en op het land, er is in het verleden ook altijd in harmonie met het landschap en de plek gebouwd. Tot de introductie van de standaardschuren. Dat was een breuk met de traditie. Ik probeer met mijn ontwerpen de trots terug te geven aan de boeren. Zodat de boerderijen weer meer in harmonie zijn met de plaats waar ze staan. Ik hoop dat boeren die kans met beide handen aangrijpen. Soms blijft het hangen op 10000 tot 15.000 euro. Dat is jammer. Boeren zijn ook niet meer gewend om een architect uit te nodigen bij nieuwbouw of verbouw, maar daar ligt ook een rol voor de bouwbedrijven in de agrarische sector! Dit project stimuleert om een vormgever in te schakelen zodat boeren met een kleine beetje financiële steun, gebouwen realiseren die op hun plek zijn, zowel letterlijk als figuurlijk. Waarbij er nagedacht is over het profiel van de kapvorm en men zich heeft afgevraagd hoort die bij het landschap om me heen en past het bij de schaal van mijn gebouwen en mijn erf. Kortom aandacht voor efficiëntie in samenhang met vorm. Dit zou overal moeten gebeuren’, zo besluit hij.
